Samenwerken is belangrijk en ingewikkeld

Door prof. dr. Katrien Luijkx

Hoogleraar Mensgerichte ouderenzorg en maatschappelijke impact

 

 

Als ouderen thuis of in een beschermde woonvorm, zoals een woonzorgcentrum of een verpleeghuis, zorg van professionals ontvangen, is samenwerking tussen mantelzorgers en zorgprofessionals belangrijk. Omdat mantelzorgers de oudere al langer kennen, kunnen zij helpen in de kennismaking en samenwerking tussen oudere en zorgprofessionals. Daarnaast wordt de inzet van mantelzorgers gezien als één van de oplossingen voor het tekort aan professionals in de ouderenzorg.

 

Een goed gesprek voor goede samenwerking

Mensgerichte zorg is het ideaal binnen de ouderenzorg. Daarbij is het belangrijk dat je je als mens gezien en gehoord voelt, je eigen keuzes kunt maken (eigen regie) of juist samen beslissingen neemt. Alle betrokkenen, dus de oudere zorgontvanger, de mantelzorger en de zorgprofessional, voelen zich in de ideale situatie gerespecteerd als uniek individu. Vanuit de gedachte van mensgerichte zorg is voor goede samenwerking een goed gesprek nodig. Over wat er wenselijk en nodig is en over wie wat kan doen. Voortdurende afstemming tussen oudere, mantelzorger en zorgprofessionals is nodig om te weten wat je aan elkaar hebt. In de 4 maanden dat mijn moeder in een zorgappartement woonde, heb ik ervaren dat dit ingewikkeld is.

 

Gelijkwaardigheid

Gesprekken tussen de zorg, mijn moeder en ik waren ingewikkeld. Ik probeerde mijn moeder zoveel mogelijk centraal te stellen. Vaak gaf ze voor of tijdens zo’n gesprek aan dat ze graag wilde dat ik het woord voerde. In die gevallen probeerde ik haar belangen zo goed mogelijk te behartigen. Vaak kwam mijn mening daardoor wat meer op de achtergrond te staan. Tegelijkertijd had ik vaak geen tijd genomen om het gesprek samen met mijn moeder voor te bereiden, of wisten we niet precies waarover een gesprek zou gaan. Het kwam voor dat ik achteraf bedacht wat ik ook nog had willen zeggen. In veel van deze gesprekken deelden zorgprofessionals de regels van de organisatie, wat er meestal op neer kwam dat zij iets in ieder geval niet konden doen. Van een gelijkwaardig goed gesprek waarin iedereen zich gehoord en gezien voelde was amper sprake.

 

Luisteren en doorvragen

Het tweede intakegesprek verliep beter. Tijdens een bezoek aan mijn moeder, ongeveer anderhalve week na haar verhuizing, sprak ik toevallig een verpleegkundige. Ik gaf aan dat mij nog niet bekend was wie de EVV’er (Eerst Verantwoordelijke Verzorgende) van mijn moeder was en dat mijn moeder en ik het intakegesprek graag een vervolg gaven. Ik werd toen snel gebeld om een afspraak te maken. Op een tijdstip dat mij perfect paste, aan tafel bij mijn moeder spraken we met de EVV’er en een collega. Dit keer had ik me samen met mijn moeder goed voorbereid en vertelde kort haar levensverhaal. Ik benadrukte hoe zelfstandig ze heel haar leven was geweest. Mijn moeder vulde me aan. Er was zelfs een beetje ruimte om mijn mogelijkheden te bespreken. Ik vertelde over de levens van mijn zus en mij met fulltime banen en jonge gezinnen. De zorgprofessionals luisterden en vroegen door. In dat gesprek ervoer ik begrip en respect.

 

Wie doet wat?

De afstemming in de weken die volgden leek op touwtrekken. Tijdens toevallige ontmoetingen als ik bij mijn moeder op bezoek was of als een zorgprofessional mij belde of andersom, had ik regelmatig discussies over wie wat het beste kon doen. Soms belde een zorgprofessional me om te vertellen dat ik de huisarts moest bellen omdat ze zich zorgen om mijn moeder maakte. Dan vroeg ik door waarom ze zich zorgen maakten en wat ik dan precies aan de huisarts moest vragen. Ik vroeg vaak ook of ze zelf de huisarts wilde bellen, omdat zij goed wist wat er aan de hand was. Meestal kreeg ik dat niet voor elkaar. Ik belde dan zelf de huisarts, maakte een afspraak en liet dit weten aan de zorgprofessional en mijn moeder. Net zo vaak belde een zorgprofessional met de mededeling dat de huisarts tussen 12.00 en 14.00 uur bij mijn moeder langs zou komen. Vanwege haar geheugenproblemen moest iemand van de familie erbij zijn, omdat dit niet tot de taken van de zorgprofessionals hoorde.

Omdat ik eerste contactpersoon was, belden ze naar mij. Ik had wel steeds met een andere zorgprofessional te maken. Zij gingen verschillend om met allerlei vragen. Daardoor belde de een wel zelf naar de huisarts en de ander niet. Geen van deze zorgprofessionals vroeg aan mij hoe ik erover dacht en of ik dit kon doen. Ze dachten niet mee als het mij een keer echt niet zou lukken. Ik voelde me niet gezien of gehoord.

 

Mantelzorgen thuis en in het zorgappartement

Ik was al langere tijd mantelzorger voor mijn moeder. Ik hield een oogje in het zeil en hielp haar als dat nodig was. Ze vroeg zelf niet snel om hulp omdat ze graag haar eigen leven wilde leiden en het al snel onnodige bemoeienis vond. Bovendien wilde ze mij niet lastig vallen. Natuurlijk wist ik dat mijn mantelzorgtaken niet op zouden houden op het moment dat mijn moeder naar haar zorgappartement verhuisde. Mijn betrokkenheid bij haar bleef. Over het algemeen is een belangrijke reden voor verhuizing dat de zorg thuis voor de mantelzorgers niet meer te behappen is. Daarom verraste het me dat er veel meer van mij gevraagd werd dan voorheen. Ik denk dat zorgprofessionals eerder signaleerden dat er iets nodig was en dat we de pech hadden dat de gezondheid van mijn moeder na haar verhuizing snel achteruit ging.

 

Het belang van investeren in de relatie

Gedurende de 4 maanden dat mijn moeder in haar zorgappartement woonde heb ik ervaren dat mantelzorgers onmisbaar zijn. Nu, enkele maanden na haar overlijden, realiseer ik me dat ik geen ruimte voelde voor wederzijds begrip of respect. Ieder probeerde op haar eigen manier elk probleem zo goed mogelijk op te lossen. Als we dat echt in samenwerking hadden gedaan, was er waarschijnlijk minder stress geweest. Dat niemand echt investeerde in de relatie vind ik, achteraf gezien een gemiste kans.

 

Wetenschap in de praktijk voor mensgerichte ouderenzorg

Ik roep daarom zorgprofessionals en mantelzorgers op de tijd te nemen om te investeren in hun onderlinge relatie. Het spreekt vanzelf dat bestuurders en managers dit dienen te ondersteunen. Binnen de Academische Werkplaats Ouderen doen we onderzoek naar dit onderwerp, om uiteindelijk met een hulpmiddel te komen om te investeren in relaties tussen oudere zorgontvangers, mantelzorgers en zorgprofessionals volgens de principes van mensgerichte zorg.