interactie met ouderen

Onderzoek naar het gebruik van een proactief zorgplan bij ouderen met een vorm van kanker

Door Sascha Bolt, senior onderzoeker en onderzoeksmakelaar

Carolien Burghout is werkzaam als Verpleegkundig Specialist Hematologie in het Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ). Daarnaast doet zij promotieonderzoek naar proactieve zorgplanning om de zorg in de laatste levensjaren te verbeteren.

Waarom proactief zorg plannen?

Proactieve zorgplanning helpt mensen om hun wensen en voorkeuren voor toekomstige zorg te bespreken en vast te leggen. Proactieve zorgplanning heeft ook nog andere doelen. Bijvoorbeeld het vergroten van eigen regie, versterken van zorgrelaties en voorbereiden op het levenseinde. Proactieve zorgplanning kan helpen om de kwaliteit van leven van mensen met een ongeneeslijke ziekte te verbeteren. Ook kan het ongewenste opnames in het ziekenhuis of behandelingen aan het levenseinde verminderen.

Taboe rond het levenseinde

Proactieve zorgplanning kan in iedere levensfase beginnen. Maar het wordt vooral belangrijk wanneer iemands gezondheid achteruitgaat of achteruit dreigt te gaan. Op latere leeftijd neemt de kans op ziekte en de kans op overlijden toe. Proactieve zorgplanning start het beste al ruim vóór de laatste levensfase. Toch is dit in de praktijk niet altijd makkelijk. Er hangt soms nog een taboe rondom de dood en het levenseinde. Mensen, ook zorgprofessionals, vinden het vaak lastig over deze onderwerpen te praten. Uit onderzoek blijkt dat veel ouderen nadenken over hun toekomstige zorg. Maar zij bespreken dat vaak niet met de arts of een andere zorgprofessional. Mensen verwachten dat de arts het initiatief neemt om hier over te praten, maar dat is vaak niet het geval. Wanneer het gesprek wel op gang komt, is het voor artsen (en andere zorgprofessionals) belangrijk om deze gesprekken goed af te stemmen op de persoon die voor hen zit.

Proactief zorgplan bij het JBZ

Sinds januari 2019 gebruikt het JBZ een proactief zorgplan (PZP). Het PZP is onderdeel van het elektronisch patiëntendossier. Het bevat o.a. vragen over gewenste toekomstige zorg op lichamelijk, psychisch, sociaal en spiritueel vlak. Ook bevat het PZP vragen over de gewenste plaats van zorg en overlijden. Het PZP wordt ingevuld door de behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige. Het beste vinden meerdere gesprekken plaats om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen. Het liefst verspreid over langere tijd, omdat de situatie van de patiënt met de tijd kan veranderen. Het PZP is een dynamisch document dat meegroeit met de patiënt en de fase van zijn of haar ziekte.

Belangrijkste resultaten

Bij 59 van de 134 onderzochte ouderen (van 80 jaar en ouder) was het PZP (deels) ingevuld. Bij 15 van deze ouderen waren de gewenste plaats van zorg en overlijden ten minste drie maanden voor overlijden ingevuld. We vonden dat ouderen bij wie de vragen over de gewenste plaats van zorg en overlijden tijdig waren ingevuld in het PZP, vaker overleden op hun plaats van voorkeur. Zij overleden vaker thuis en minder vaak in het ziekenhuis. Ook ondergingen zij minder diagnostische- en laboratorium onderzoeken, vergeleken met de ouderen zonder ingevuld PZP. Ouderen met een PZP bij wie vragen over de plaats van zorg/overlijden niet, of niet op tijd, waren ingevuld ondergingen méér behandelingen. Juist het (vroegtijdig) bespreken van de gewenste plaats van zorg/overlijden lijkt daarom belangrijk voor gewenste zorg aan het levenseinde.

Carolien werkt momenteel aan een tweede studie naar de waarde van het PZP onder volwassenen met een vorm van kanker. Daarin onderzoekt ze een grotere groep patiënten van 18 jaar of ouder.

Ben je benieuwd naar het volledige Engelstalige artikel, klik dan hier.