Verhuizing binnen en tussen verpleeghuizen tijdens uitbraken van infectieziekten

 

Verhuizingen van bewoners binnen en tussen verpleeghuizen gebeuren om verschillende redenen, zoals veranderende zorgbehoeften of renovaties. Dit proces is complex vanwege technische, culturele en sociale uitdagingen en moet rekening houden met de belangen van diverse mensen die er mee te maken hebben. Tijdens infectieziekte-uitbraken, zoals het norovirus, rhinovirus, RS-virus of COVID-19, worden verhuizingen nog ingewikkelder door extra veiligheidsmaatregelen en nationale voorschriften.

 

Waarom dit onderzoek?

De invloed van infectieziekte-uitbraken op verhuizingen van bewoners binnen en tussen verpleeghuizen is nog niet onderzocht in de wetenschap. Deze studie onderzoekt hoe de COVID-19 pandemie verhuizingen beïnvloedde, om verpleeghuizen te helpen risico’s beter te beheren.

 

Hoe is er onderzoek gedaan?

Bij een verhuizing binnen of tussen verpleeghuizen zijn veel verschillende mensen betrokken, zoals managers, zorgverleners, ondersteunend personeel, leden van de cliëntenraad, bewoners en hun familie. Het is belangrijk om al hun wensen en belangen te kennen, om hier rekening mee te kunnen houden. Daarom werden groep-interviews gehouden met de verschillende mensen rond een verhuizing in zeven verpleeghuizen. De verhuizingen waarover de mensen werden geïnterviewd vielen in de periode van de COVID-19 pandemie.

 

Wat is er geleerd?

Deze studie laat zien dat de COVID-19 pandemie grote invloed had op de communicatie, oriëntatie, coördinatie en transport bij verhuizingen in verpleeghuizen. Daarom is het verstandig dat verpleeghuizen rekening houden met uitbraken van infectieziekten bij het organiseren van verhuizingen. Dit kan door andere manieren van communiceren te gebruiken, virtuele rondleidingen te maken, verschillende flexibele plannen te bedenken en met transportbedrijven te overleggen.

 

Ben je benieuwd naar het volledige Engelstalige artikel, klik dan hier.

Het wetenschappelijke artikel is vanuit de AW Ouderen geschreven door Annerieke Stoop samen met wetenschappers uit Leiden.