Bewegingsvrijheid ouderen

Relatie tussen bewegingsvrijheid en gezondheid van mensen met dementie in het verpleeghuis

 

Wanneer thuis wonen niet meer gaat, verhuizen veel mensen met dementie uiteindelijk naar een verpleeghuis. Daar wonen ze vaak op een speciale afdeling voor mensen met dementie. Dit soort afdelingen, ook wel PG (psychogeriatrie) afdelingen genoemd, hebben vaak nog gesloten deuren. In de afgelopen jaren is er groeiende aandacht voor open deuren in het verpleeghuis. Officieel mag de bewegingsvrijheid van bewoners niet worden beperkt, tenzij het echt niet anders kan. Naast gesloten afdelingen zijn er afdelingen binnen verpleeghuizen die volledig open zijn, met toegang tot de buitenwereld. Er bestaan ook semi-open afdelingen: sommige deuren zijn open (bijvoorbeeld naar andere afdelingen, een tuin of binnenplaats) terwijl de deur naar de buitenwereld gesloten blijft.

De voornaamste redenen om afdelingen (volledig) gesloten te houden, hebben te maken met veiligheid en mogelijke risico’s. Toch zijn er vanuit wetenschappelijk onderzoek vooral aanwijzingen voor negatieve effecten van gesloten deuren. Ze beperken de bewegingsvrijheid en autonomie van bewoners. Daarnaast dragen gesloten deuren mogelijk bij aan onrust en frustratie bij bewoners.

 

Het onderzoek

In september 2020 verhuisde een groep bewoners met dementie van een verpleeghuis met gesloten afdelingen naar een semi-open verpleeghuis. De bewegingsvrijheid van de bewoners werd daarmee vergroot. We hebben de bewoners over de tijd gevolgd, van vóór tot na de verhuizing. In deze periode onderzochten we de gezondheid van de bewoners, op verschillende vlakken. We gebruikten het concept van positieve gezondheid, om lichamelijke maar ook psychische en sociale aspecten mee te nemen. Deze studie gaf inzicht in de relatie tussen de toegenomen bewegingsvrijheid en de gezondheid van bewoners.

 

Resultaten

We zagen na de verhuizing verbeteringen op meerdere vlakken van gezondheid. Er waren bijvoorbeeld verbeteringen te zien in gemoedstoestand, zelfbeeld en cognitie van bewoners, en een vermindering van sociale isolatie en rusteloos gedrag. Deze verbeteringen waren bij de tweede meting na de verhuizing (4 maanden) nog steeds zichtbaar, maar bij de derde meting (9 maanden na de verhuizing) niet meer. We zagen dat, in vergelijking met vóór de verhuizing, ook de zorgrelaties en het ‘thuisgevoel’ van bewoners verbeterden. Deze verbeteringen waren na 9 maanden nog steeds zichtbaar. Daarnaast vonden we 1, 4 en 9 maanden na de verhuizing minder agitatie bij bewoners dan vóór de verhuizing. We vonden geen veranderingen over tijd in handelingen die mensen in het dagelijkse leven verrichten (ADL) en scores op een depressieschaal. Tot slot vonden we een afname van de mobiliteit van bewoners, 1 en 4 maanden na de verhuizing.

 

Conclusie

Onze studie laat zien dat een verhuizing naar een semi-open afdeling grotendeels positief samenhangt met de gezondheid van bewoners, op meerdere vlakken. Sommige verbeteringen waren zelfs 9 maanden na de verhuizing nog zichtbaar. Behalve voor mobiliteit zagen we op geen van de andere vlakken een verslechtering na de verhuizing. Ondanks deze positieve bevindingen, is het voor zorgorganisaties nog niet altijd makkelijk om de omslag te maken naar een (volledig) open-deuren beleid. Het is daarom van belang om de relatie tussen bewegingsvrijheid en gezondheid nog beter te begrijpen. Bijvoorbeeld door te bestuderen hoe de beschikbare ruimte wordt benut door bewoners. Het is daarnaast belangrijk om te onderzoeken wat ervoor nodig is om bewegingsvrijheid van mensen met dementie in het verpleeghuis te vergroten. Daarbij moeten verschillende perspectieven worden meegenomen om tot een volledig beeld te komen. Het perspectief van de mensen met dementie zelf is hier zeker ook een onderdeel van.

 

Deze studie werd uitgevoerd door Suzan van Liempd, in samenwerking met Sascha Bolt, Marjolein Verbiest en Katrien Luijkx. Het volledige Engelstalige artikel vind je hier.