De druk op de zorg is groot. Het aantal ouderen dat zorgt nodig heeft stijgt en er is een tekort aan zorgprofessionals. Mantelzorgers spelen daarom een belangrijke rol in de zorg voor hun naaste. Als mantelzorger zorg je voor iemand die je kent (zoals je partner, vader, moeder of kind). Daarvoor word je niet betaald. Een zorgprofessionals die óók mantelzorger is noemen we een mantelzorgende zorgprofessional.
Er wordt veel gevraagd van mantelzorgende zorgprofessionals. Op hun werk en in hun privésituatie. Het is zwaar om mantelzorger en zorgprofessional te zijn. Daarom willen we mantelzorgende zorgprofessionals beter begrijpen. Daarom voerden we een literatuurstudie uit waarin we ons afvroegen:
Mantelzorgende zorgprofessionals verwachten van zichzelf dat ze zorgen voor hun naaste. Ook familieleden en zorgorganisaties verwachten dit van hen omdat ze veel van ziekten en de zorg weten. Mantelzorgende zorgprofessionals gebruiken hun kennis in de zorg voor hun naaste. Ze houden bijvoorbeeld de gezondheid van hun naaste in de gaten en regelen hulp en ondersteuning. Dat blijkt uit onze literatuurstudie. In wetenschappelijke databanken vonden we 36 artikelen die we hiervoor konden gebruiken.
Verder bleek uit het onderzoek dat mantelzorgende zorgprofessionals stress ervaren en zich uitgeput voelen. Het mantelzorgen heeft ook invloed op het werk. Zo maken mantelzorgende zorgprofessionals bijvoorbeeld vaker fouten dan collega’s. Er zijn ook positieve kanten. Hun kennis geeft zelfvertrouwen in de zorg voor hun naaste en ze helpen collega’s die op het werk met mantelzorgers te maken hebben. Mantelzorgende zorgprofessionals vinden het belangrijk dat hun manager en collega’s hen begrijpen en ondersteunen.
Begrip en ondersteuning zijn daarom belangrijk. De mantelzorgende zorgprofessional zelf, de werkgever, het sociale netwerk en de zorgorganisatie van de zorgvrager zijn samen verantwoordelijk voor ondersteuning op maat.
Lees het volledige Engelstalige artikel
Lees meer over het onderzoek van Helma
De literatuurstudie werd uitgevoerd door: Helma Martens, Annerieke Stoop, Lisette Schipper en Robbert Gobbens.